Blog

Van burn-out naar een sprankelend leven

Een aantal jaar geleden ging bij mij het licht uit. Het vuur was al eventjes aan het doven maar ik probeerde krampachtig om het brandend te houden, door hard te werken en mijn best te blijven doen. Want mijn best doen was hetgeen ik al zo lang deed. “Als je maar hard genoeg je best doet, komt het goed”, had ik geleerd. “Je doet toch door, ook al gaat het minder goed, je houdt je sterk en werkt maar door”, zo dacht ik. Zelf was ik me van geen kwaad bewust, op het werk draafde ik maar door, haalde deadlines en verzette meters werk. Maar thuis, thuis liep ik helemaal leeg.

Rust

Ik had één geluk: mijn omgeving zag nog eerder dan ik dat ik hulp nodig had en mijn man stuurde me naar de dokter. En toen had ik nog een groter geluk: ik had een dokter die er de ernst van inzag en me meteen rust voorschreef. Eerst nog een paar voorzichtige dagen, waar ik dan nog op probeerde af te dingen, want “hé ik kon toch niet gemist worden op het werk?” Toen kwam de voorgeschreven rust er voor een langere tijd, waardoor ik tijd kon nemen om los te komen van het werk en weer tot mezelf te komen. Ik nám de tijd en ik kwam dichter bij mezelf en bij mijn kern. Ik ging zelf in coaching en leerde heel wat bij. Daarnaast kreeg ik via een coachingsopleiding naast mijn basisopleiding en ervaring, nog meer inzicht in de mechanismen die leiden tot een burn-out en hoe je anderen hierin kan coachen.

Cadeau

De sprankels kwamen terug in mijn ogen en ik voelde dat het mijn missie is om die sprankel ook bij anderen (weer) naar boven te laten komen. Het was ontzettend zwaar en bij momenten had ik het gevoel dat het nooit ging goed komen. Maar het kwam goed en achteraf gezien is mijn burn-out een cadeau geweest. Ik leerde ontzettend veel bij, over mezelf, over anderen, over hoe ik mezelf én anderen kan helpen.

Dit cadeau wil ik graag met jullie delen. Ik maak er meteen een heuse reeks van en schrijf vijf artikels, gekoppeld aan vragen waar je mee kan kampen in je burn-outproces:

  1. Hoe kan ik voorkomen dat ik in een burn-out terecht kom?
  2. Help, ik heb een burn-out: wat nu?
  3. Hoe kan ik terug aan de slag na een burn-out?
  4. Hoe kan ik voorkomen dat ik terug in een burn-out terecht kom?
  5. Help, mijn partner (familielid, vriend(in), collega, …) heeft een burn-out: Wat nu?

Vanaf 3 mei ’17 verschijnt hierover wekelijks een artikel op mijn blog. Zo maken we van de meimaand de anti-burn-out-maand!

Raakt dit onderwerp jou? Kamp je zelf met deze vragen? Dan kan je ook zelf aan de slag. Schrijf je in op de nieuwsbrief en dan krijg je er het Sprankelwerkboekje bovenop. Hiermee krijg je tools om jezelf beter te leren kennen én waarderen en zo meer voor jezelf te zorgen.

Ik hoor ook graag wat jouw ervaringen zijn. Heb je een burn-out gehad? Ben je bang om (terug) in een burn-out te belanden? Wat heeft jou geholpen? Met welke vragen zit je nog? Hoe kan ik je daarbij helpen? Waarover wil je graag meer weten en meer lezen?

Heb je nood aan een bijkomende hulp? Dan ben ik er voor jou. Stuur me een mailtje, schrijf een berichtje of doe een telefoontje en we bekijken samen hoe ik jou kan helpen… zodat jij uiteindelijk jezelf beter kan helpen.

Tot sprankel!

Nele

De wedstrijd of hoe je je eigen beste vriend kan worden

In een warm lentezonnetje liep ik afgelopen zondag een loopwedstrijd. Ik startte vol enthousiasme met een tweehonderdtal sportievelingen. Ik zou mezelf niet echt sportief noemen, maar ik loop wel graag. Voor mij is het een manier van rust vinden. De muizenissen in mijn hoofd trillen mee met het ritme van mijn voeten, tot ze helemaal verdwijnen. De cadans van mijn benen geeft me ruimte en energie. Goed voor lichaam én geest dus.

Innerlijke saboteur

Maar zondag gebeurde er iets vreemds. Waar ik anders mijn eigen tempo vind, werd ik nu meegesleept door de anderen. Jammer genoeg liepen de anderen net een categorie sneller dan ik en kon ik ze dus niet volgen. Ik werd ingehaald en merkte al snel dat ik hun tempo niet kon volhouden. Waar ik anders het liefst alleen loop, was ik nu gefrustreerd dat ik geen medelopers had. Ik begon me te vergelijken met anderen, te twijfelen aan mezelf en te dubben of ik het wel zou volhouden. Het ergste van al: ik was niet aan het genieten. Mijn energie ging op aan de twijfel en dus niet aan het lopen.

Misschien herken je dat gevoel wel? Het mechanisme van jezelf te vergelijken met anderen, waar je hoe dan ook als minste uitkomt. Je haalt jezelf naar beneden, waardoor het een self-fulfilling-prophecy wordt: je gaat als vanzelf ook minder presteren, waardoor je angst ook werkelijkheid wordt. Dit mechanisme is ook gekend als je ‘innerlijke saboteur’. Je saboteert als het ware je eigen wedstrijd, van binnen uit.

Hoe kan je hiermee omgaan? Hoe kan je die innerlijke saboteur ombuigen tot je eigen beste vriend? Hoe kon ik de wedstrijd mét mezelf lopen en niet tégen de anderen?

Kom los van je zelfbescherming

Knap vervelend, zo’n ‘mol’ die je energie en potentieel dreigt stil te leggen. Eén voordeel heb je al, je weet wie de ‘mol’ is, dat ben je namelijk zelf. Dat is lastig, maar eigenlijk ook niet. Dat innerlijke stemmetje heeft namelijk ook een functie. Het is als een overbezorgde moeder die je wil beschermen tegen teleurstelling. Een klein stemmetje dat je wil behoeden voor een gevoel van falen, als je er werkelijk zou voor gaan. Wees dus niet boos op die innerlijke overbezorgde moeder, die doet ook maar om goed te doen. De innerlijke saboteur is enkel een zelfbescherming, die mettertijd minder nodig zal zijn. Wellicht herken je het stemmetje ondertussen al? Je kan er minzaam tegen zeggen dat die bezorgdheid voor niets nodig is. Want wie weet kan je wel echt die ene uitdaging aan, wie weet kon ik wel echt de wedstrijd uitlopen, wie weet zou ik mezelf wel verbazen?

Wees je eigen beste vriend

Het is vreemd: als mijn vriendin laatste wordt, vind ik dat helemaal geen probleem. Meer nog, ik vind het knap dat ze heeft volgehouden, ben trots op haar. Maar oh wee als ik zelf laatste word, dan ben ik veel strenger. Het gebeurt wel vaker: je bent strenger voor jezelf dan voor anderen. Wat zou je tegen je vriend(in) zeggen? Welke goede raad of bemoedigende woorden zou je geven? Hoe kon ik mezelf aanmoedigen?

Vind je innerlijke bondgenoot

Tijdens de eerste helft van de wedstrijd was ik voortdurend op zoek naar signalen. Signalen dat ik het wel goed deed, dat mijn tijd wel ok was, dat ik niet de laatste was, … Pas halverwege had ik door dat ik voor mezelf best wel een goede tijd aan het lopen was. Het ging eigenlijk goed. Het gaf me geruststelling waardoor ik weer meer op mezelf kon gaan vertrouwen. Ik vond mijn eigen tempo en kon er meer van genieten. Ik slaagde erin om contact te maken met omstaanders, maakte hier en daar een grapje en genoot zelfs van de laatste helling.

Zo gaat het vaak: je zoekt naar geruststelling bij anderen, zoekt signalen dat je goed (genoeg) bent. Maar eigenlijk kan alleen jij weten of het goed is, want jij bent zelf je innerlijke maatstaf. Naast die innerlijke saboteur, zit namelijk ook je innerlijke bondgenoot. Je eigen stem, die best wel weet wat goed is en daarvoor hoef je je helemaal niet te vergelijken met anderen. Durf maar op jezelf te vertrouwen.

Vind je het moeilijk om je eigen stem te vinden of hierop te vertrouwen? Schreeuwt je innerlijke saboteur nog luider dan je innerlijke bondgenoot? Dan kan persoonlijke coaching je helpen. Neem contact met me op en dan bekijken we samen hoe je (weer) sprankelend door het leven kan gaan.

En oh ja, voor de nieuwsgierigen. Ik liep uiteindelijk 10 km in 1u11’ en daar ben ik best trots op, innerlijke saboteur of niet!

Tot sprankel!

Nele

Nog meer sprankel in je leven? Volg mijn facebookpagina en laat je inspireren door de Sprankeltips.

 

De brief of hoe je mild kan terugkijken op je eigen groeiproces

Ik ben al tien jaar docent aan een hogeschool en ik vind het nog steeds een voorrecht om jonge mensen te begeleiden in hun groeiproces. Want groeien, dat doen ze zeker! Sommigen komen stilletjes binnen met een klein hartje maar gaan langs de grote poort naar buiten, gewapend met een flinke dosis zelfvertrouwen, kennis en ervaring. Anderen arriveren met een grote mond en vinden gaandeweg hun eigen (bescheiden) stem. Ik heb er vaak alle vertrouwen in dat ze hun weg wel zullen vinden, wat dat ook mag betekenen. Als ze huilend voor me zitten tijdens een stagegesprek of als ze een bepaalde vaardigheid maar niet onder de knie krijgen, wil ik het hen vaak zeggen: “Het komt wel goed met jou”. Net zoals het voor mij belangrijk was dat er in die periode iemand in me geloofde en me verzekerde dat het wel goed zou komen.

Misschien herken je dat wel? Af en toe ben je misschien nog zoekende, maar als je achterom kijkt zie je waarschijnlijk wel de weg die je hebt afgelegd. Groeien doen we immers allemaal, op welke manier dan ook. Jij bent ook gegroeid, misschien meer dan je zelf beseft. Terugblikken op je eigen groeiproces helpt om milder naar jezelf te kijken. Zo kan je meer vertrouwen op je eigen krachten en van hieruit bewustere stappen zetten. Je wordt authentieker en zelfbewuster en kan vandaaruit gaan leven. Ikzelf schreef een brief aan mijn jongere ik, terugblikkend op toen, met de wijsheid van nu. Je vindt deze brief hier, maar ik raad je vooral aan om je eigen voorbeeld te volgen.

Wat zou jij aan je jongere zelf willen zeggen? Welke brief zou jij aan je jongere ik schrijven? De leeftijd kies je zelf, afhankelijk van je huidige leeftijd en je levenspad. Wat was een belangrijke periode voor jou? Wanneer heb je het lastig gehad en hoe ben je eruit geklommen? Wat heeft je geholpen? Wie heeft je geholpen? Hoe heb je jezelf geholpen? Hoe kan dit je nu nog helpen? Wat heb je geleerd? Wat is helemaal anders uitgedraaid dan je dacht? Waarin ben je altijd blijven geloven? Wat neem je mee voor jezelf en voor de toekomst? Hoe kan je mild kijken naar jezelf en naar jouw groeiproces? Dit zijn maar enkele vraagjes die je op weg kunnen zetten.

Ben je niet zo’n schrijver? Dan kan je dit ook op andere manier doen. Je kan ook een tijdlijn tekenen van belangrijke gebeurtenissen in je leven, een collage van belangrijke momenten en personen, een schematische voorstelling met hoogtes en laagtes, … Hierbij stilstaan kan je helpen om meer inzicht te krijgen, zodat je gerichtere keuzes kan maken. Het is even terugblikken op het verleden om zo opener in het heden te staan.

Vind je het zelf moeilijk om hieraan te beginnen? Of vind je het lastig om er conclusies uit te trekken? Heb je het lastig om positief te kijken naar je eigen proces? Dan kan persoonlijke coaching je helpen. Ik begeleid je graag om tot meer inzicht te komen en gerichtere keuzes te kunnen maken.

Tot sprankel!

Nele

Nog meer sprankel in je leven? Volg mijn facebookpagina en laat je inspireren door de Sprankeltips.

 

Growth mindset of hoe een faalervaring een groeiervaring wordt

Als kind was ik fan van Pippi Langkous. Wat was die stoer! En sterk! En moedig! Het sprak tot mijn verbeelding dat ze helemaal alleen woonde en zo veel zelfstandig deed. Het leven leek voor haar vanzelf te gaan, alsof ze er geen enkel moeite moest voor doen.

In mijn verbeelding was ik even stoer, sterk en moedig. In werkelijkheid? Mja, dat was wel wat anders. Ik was eerder het type kind dat stilletjes in een hoekje een boekje ging lezen. Als je tegen me zei “Dat gaat je wellicht niet lukken”, dan dacht ik “Inderdaad, waarschijnlijk niet, dus ik zal het ook niet proberen”. Ik bleef in de veilige zone en focuste me op wat ik zeker wist dat ik goed kon, zoals mijn fantasie gebruiken en verhaaltjes verzinnen.

Toen ik vele jaren later de theorieën van Carol Dweck leerde kennen, besefte ik dat ik op vele vlakken een fixed mindset had. Ik probeerde mislukkingen te vermijden en reageerde niet erg goed op kritiek. Faalervaringen waren lastig want ik hoorde enkel het mislukken niet de groeikansen.

Toen ik onlangs een faalervaring had, besloot ik het over een andere boeg te gooien. Mijn eerste indruk was “foert” zeggen, weglopen van de ervaring en iets anders gaan doen. Maar toen besloot ik de situatie van dichtbij te bekijken. En wat bleek? Wat ik beschouwde als een faalervaring was dat niet. Het was wel een mogelijkheid om in dialoog te gaan, om uit te zoeken wat beter kan en om zo verdere stappen te zetten. Kiezen om te groeien dus: een growth mindset of groeigerichte kijk.

Herken je jezelf in de fixed mindset? Ga je faalervaringen het liefst uit de weg of doe je je graag stoerder voor dan je bent? Dan kunnen volgende inzichten je misschien helpen.

I haven’t failed, I just found 10 000 ways that don’t work.” (Edison)

“Falen is geen optie”, klinkt het in een van de programma’s waar mijn kinderen graag naar kijken. Het is niet voor niets een heldenreeks: gewone jongeren die als vanzelf ongewone dingen kunnen, zonder dat ze er enige moeite voor moeten doen.

In het echte leven gaat het wel wat anders. Falen is heel vaak een optie, meer nog, het komt zelfs heel vaak voor. En is dat erg? Ja, dat is heel vervelend, maar het ergste is wat het met je doet. Je kan er jezelf mee naar beneden halen en steeds weer op diezelfde nagel blijven kloppen waardoor je nog meer de dieperik in gaat. Of je kan het zien als een leermoment. Na het vallen even blijven liggen, je wonden bekijken en zoeken hoe je weer kan opstaan. Geloof me, er is altijd wel iemand op wie je kan steunen om weer recht te komen. En heel vaak ben je zelf die iemand.

There’s no failure, just feedback

Toen ik na een opleidingsdag ontmoedigd terug thuis kwam, reageerde mijn partner verrassend. “Eindelijk heb je negatieve feedback gekregen, eindelijk kan je iets leren.” Frustrerend was dat, want ik had in mijn ogen niet alleen kritiek gekregen, maar werd er dan ook nog eens in bevestigd door mijn man. Om gek van te worden. Of net niet.

Constructieve feedback is immers altijd een leermoment. Neem je tijd om het te ontvangen. Jij beslist zelf hoezeer je het laat binnenkomen. Jij hebt geen controle over wat is gegeven, wel over hoe je het ontvangt. Als je voor jezelf vindt dat het terechte feedback is, maak je de denkoefening wat je hier van kan leren. Wat neem je hieruit mee voor de toekomst? Hoe kan je hierover de dialoog weer aangaan? Lean back en process, zo klinkt dat dan in het Engels. Zo maak je van een faalervaring een groeiervaring.

Groeien gebeurt met ‘falen en opstaan’

Prinses Prieeltje, nog zo’n jeugdheldin van mij. Niet toevallig ook weer een stoere zelfstandige meid. Ianka Fleerackers, die haar vertolkte, wees me dan net weer op de mildheid. Mild zijn naar jezelf en naar moeilijke ervaringen. Mild zijn naar anderen die moeilijke ervaringen mee maken. “Ik durf me kwetsbaar opstellen, ik ben een mens en je mag zien dat ik op m’n bek ga,” zei ze hierover op radio 1.

Dat vraagt moed. Ook ik pronk liever met hoe goed het gaat, dan eerlijk te zeggen hoe onzeker ik me soms voel als ondernemer of hoe het opstarten van Sprankel met falen en opstaan gebeurt. Ik ben vaak onder de indruk van collega-ondernemers en vindt het fijn om te horen dat ook succesvolle mensen aan de weg hebben moeten timmeren (en nog timmeren!).

Net zoals ik intussen weet dat een meisje van zeven geen paard kan optillen, weet ik ook dat voor niemand het leven helemaal vanzelf gaat. Daar mogen we best eerlijk en open over zijn.

Heb je het zelf moeilijk om te falen? Blijven de negatieve gedachten komen? Ik hoor het graag als ik je hiermee kan helpen.

Tot sprankel!

Nele

De spiegel of wat je van je kinderen kan leren

Ik heb het geluk om veel tijd te kunnen doorbrengen met mijn kinderen. Dat  is fijn, vaak heel fijn. Ze zijn dan ook de liefste en flinkste mannetjes die er bestaan (mijn kind, schoon kind, weet je wel ).

Maar eerlijk? Soms is het lastig en heel soms kan ik ze ook wel achter het behang plakken. En als ik echt heel eerlijk ben, heeft dat vaak te maken met de spiegel die ze me voorhouden. Ik zie in hun gedrag mezelf terug, met mijn talenten en tekortkomingen. Ik heb voor mezelf geleerd hoe hiermee om te gaan, maar bij een verlengstuk van mezelf is dat moeilijker.

Het doet me beseffen dat ik ontzettend veel heb geleerd sinds ik mama ben. Ik deel graag met jullie welke levenslessen ik reeds heb geleerd én zet je op weg om je eigen levenslessen te trekken.

Wat ik aan mijn kinderen wil leren

Tot rust komen geeft energie

Ik heb aan de lijve ervaren hoe goed het is om af en toe rust te nemen en te voelen wat je echt voelt. Het is een levensles die ik mijn kinderen, hoe klein ook, graag mee geef. Elke avond voor het slapen gaan, doen we een korte meditatie. Hiervoor helpt het om de handleiding van een boek te hebben maar ik denk dat de kinderen nog het meest genieten als ik zelf een verhaaltje verzin. We eindigen ook steeds met dezelfde woorden, een soort bodyscan. De herkenbaarheid maakt het voor de kinderen makkelijk om tot rust te komen. Ze slapen in elk geval veel beter… en wij ook!

Proberen om te leren

Af en toe hoor ik in de woorden van mijn kinderen de woorden van hun eigen juf of meester. “Samen spelen is samen delen” is zo eentje, maar mijn favoriet is “Proberen om te leren”. Ik vind het fundamenteel dat de kinderen mee krijgen dat fouten maken mag en dat het niet perfect hoeft te zijn. Wabi sabi op kindermaat dus.

Wat ik van mijn kinderen heb geleerd

Je mag elkaar graag zien

Ik heb twee jongens. Echte jongens, zoals ze dat zeggen. Dat betekent dat ze graag voetballen en ravotten, maar dat er ook al eens een stamp of een duw wordt uitgedeeld. Ik moet ze al eens uit elkaar halen omdat de ene de andere heeft pijn gedaan. Maar even vaak – en misschien zelfs meer – zien ze elkaar graag. Ze zeggen ‘broer’ tegen elkaar, zijn elkaars beste vriend en spelen het liefst met elkaar. Die pure liefde is heel mooi om te zien en vooral een heel mooi voorbeeld om te volgen.

Je mag jezelf graag zien

Voor het slapen gaan, hou ik een gesprekje met mijn oudste zoontje. We overlopen zijn dag en hij vertelt waar hij mee zit. Op een avond vertelde hij wie hij leuk vond in zijn klas. Op ’t laatst zei hij “En ikzelf natuurlijk!”, gevolgd door een brede grijns. Ik werd er helemaal stil van. Ik vind het een zeer goede basis dat hij zichzelf leuk vindt en vooral dat dit een evidentie is voor hem.

Je mag je grenzen aangeven

Mijn jongste zoontje is een open boek. Hij kan heel erg blij zijn maar ook heel erg boos. Als hij vrolijk is, betovert hij iedereen rondom zich met zijn charme. Maar als hij boos is, tja, dan zal je het ook geweten hebben. Al sinds zijn prille babytijd geeft hij zijn grenzen aan. Dat was toen niet altijd evident om te begrijpen en ermee om te gaan. En nog steeds laat hij van zich horen als hij iets echt niet wil. Het is een uitdaging maar eigenlijk ook een voorbeeld. Want ergens hebben we allemaal wel geleerd om ons aan te passen en sterk te zijn, maar soms keert zich dat ook wel tegen ons.

 

Dit is mijn verhaal over mezelf en mijn kinderen. Je kan jezelf de vraag stellen wat jouw verhaal is. Welke lessen heb jij geleerd? Wat vind jij belangrijk? Wat wil jij graag wil uitdragen? Hierbij stilstaan en hierover reflecteren, helpt je om bewuster te leven. Het maakt je authentieker en geeft je meer veerkracht.

Vind je het moeilijk om hier zelf over te reflecteren? Dan kan persoonlijke coaching je helpen. Samen krijgen we zicht op wie jij bent en waar je voor staat, zodat je hier nog meer naar kan leven. Dit kan je helpen om keuzes te maken en knopen door te hakken.

Ik hoor het graag als ik je hierbij kan helpen.

Tot sprankel!

Nele


 

Mikado of hoe je kan omgaan met al je taken en verantwoordelijkheden

Ken je die Mikado-stokjes? Ik bedoel niet die met chocolade (hoewel die ook heel lekker zijn!) maar wel de gekleurde stokjes van het gezelschapsspel. Je kent het wel: een grote stapel stokjes en als je er eentje verkeerd aanraakt, gaat de ganse stapel aan het rollen.

Soms lijkt het leven één groot Mikado-spel. Zo ben ik mama, partner, werknemer en volg ik daarnaast nog een postgraduaatsopleiding en heb eigen Sprankel-activiteiten. Ik ben natuurlijk ook nog (schoon)dochter, (schoon)zus, vriendin, collega en kennis. Bovendien wil ik ook nog wat gezond leven, voldoende bewegen en mijn huis en tuin onderhouden. En dan vergeet ik wellicht nog een heleboel.

Heel veel rollen, even zo veel taken en verantwoordelijkheden. Sommige opgelegd, vele ook zelf gekozen. Een grote hoop stokjes in een levensgroot Mikado-spel en als ik aan eentje raak, lijk ik al de rest te raken. Als ik op kantoor doorwerk om alles gedaan te krijgen, kan ik mijn kinderen niet op tijd van school gaan halen. Als ik op een vrije voormiddag ga lopen en inkopen doe, heb ik niet de tijd om te koken. Als ik de blaren in mijn tuin bij elkaar veeg, kan ik niet ondertussen een Sprankel-nieuwsbrief schrijven. En zo kan ik nog even doorgaan.

Ken je dat? Frustrerend he? Gelukkig heb ik intussen al een aantal tools gevonden die mij hierbij kunnen helpen. Ik deel ze graag met jullie.

Focus je op de belangrijkste

Wat mij enorm geeft geholpen is om per week drie doelen te kiezen. Dit zijn doelen die ik zeker wil bereiken of taken die ik zeker wil gedaan hebben. Al de rest is bonus. Dat betekent niet dat ik enkel dat zal doen die week, maar wel dat ik me op deze drie zaken zal focussen. Ik focus me als het ware op drie Mikado-stokjes die ik echt belangrijk vind en waar ik echt werk van zal maken. Het kan zijn dat als ik deze eruit schuif, de rest aan het wankelen gaat. Maar vaak is het zo dat ik hierdoor meer klaarheid zie in de andere stokjes. Alles lijkt wat meer in perspectief te komen: ik zie welke taken ik ook kan aanpakken of welke ik nog even moet laten rusten.

Kies wijs

Hoe kies ik nu mijn drie doelen? Hoe kan jij hiermee aan de slag gaan?

Je kan intuïtief kiezen. Wat wil je echt graag aanpakken? Waar wil je vanaf zijn? Wanneer zal je tevreden zijn? Ben je meer rationeel ingesteld? Dan kan je lijstjes maken. Wat is echt belangrijk? Wat is echt noodzakelijk? Wat is dringend?

Hoe je ook kiest – intuïtief, rationeel of een combinatie van beide – belangrijk is dat het evenwichtig is. Je kiest best drie zaken uit verschillende van je levensgebieden. Eentje van je werk, eentje van je thuiscontext, eentje in je vrije tijd, … Als je merkt dat al je doelen uit één gebied komen, wil dat wellicht zeggen dat dit nu een grote impact heeft op je leven. Misschien kan je je hier nu even op focussen om het klaar te krijgen, maar wellicht zal je dit levensdomein wel eens van naderbij moeten bekijken en zien hoe je dit minder groots kan maken.

Ik kies vaak ook een doel in de ontspanningscontext, zoals yoga, lopen, wandelen, fietsen, met vriendinnen afspreken, … Klinkt misschien vreemd om van ontspanning een doel te maken, maar ik merk in periodes in mijn leven dat ik hier bewust tijd voor moet vrijmaken of het komt er niet van inde ratrace.

Nog een paar tips

Maak je doelen zo concreet mogelijk. “Gezond eten” is te vaag. Wel kan je zeggen “Ik kook op maandag het gezonde slaatje op p. 32 uit het kookboek ‘Puur Pascale’”.

Deel je doelen. Ik zeg vaak mijn doelen aan mijn man. Zo heb ik een extra deelgenoot, begrijpt hij me beter en kan hij me (als ik dit zelf wil!) achter mijn veren zitten.

Schrijf je doelen per week neer. Na verloop van tijd krijg je een mooi overzicht en kan je patronen ontdekken. Het helpt om bewuster te leven én bewuster keuzes te maken. Bewust leven is immers gelukkig leven… en dat willen we toch allemaal?

Tot sprankel!

Nele

Wabi sabi of hoe je kan omgaan met perfectionisme

Als afscheidscadeau op een vroegere werkplaats kreeg ik ooit een vaas. Het was de perfecte vaas: perfect om snijbloemen in te steken, de perfecte grootte en het paste perfect in ons interieur. Bovendien kreeg ik het van collega’s waar ik ontzag voor had. Ik ging dus heel voorzichtig met de vaas om, bang om ze te breken. Maar kijk, wat ik zo krampachtig wilde vermijden, gebeurde toch: ik struikelde, de vaas viel uit mijn handen en brak in duizend stukken. Ok, misschien waren het geen duizend stukken, maar in mijn beleving leek het wel zo.

Wat jammer dat ik toen het principe van ‘Wabi sabi’ nog niet kende. Wabi sabi is een Japanse levenswijsheid die kan je vertalen als ‘de schoonheid van imperfectie’. Het symbool van wabi sabi is niet voor niets een gebroken vaas. Een gebroken vaas werd in het oude Japan hersteld met goud. De vaas werd waardevoller, net omdat ze gebroken was. De schoonheid van imperfectie, dus.

Imperfect durven zijn

Mijn vaas was niet meer perfect maar ze stond wel symbool voor het hobbelige parcours dat ik tot dan toe had afgelegd. Door de bochten in mijn loopbaan had ik meer zicht op wat ik wel en niet wilde, én kon ik gerichtere keuzes maken. Door imperfect te dúrven zijn, werd ik (levens)wijzer. Brené Brown noemt dit niet voor niets ‘de kracht van kwetsbaarheid’. Of zoals woordkunstenaar Leonard Cohen het ooit zong: “There’s a crack in everything, that’s how the light gets in.’

Af en toe betrap ik er mezelf wel weer op. Dan merk ik dat ik de lat te hoog leg en hemel en aarde beweeg om die lat te bereiken. Het helpt om dan ‘wabi sabi’ tegen mezelf te zeggen om te beseffen dat het allemaal niet zo perfect hoeft te zijn.

Ben je zelf aan het zoeken hoe je met je perfectionisme kan omgaan? Dan kunnen volgende tips je misschien verder helpen:

Af en toe eens ‘foert’ zeggen!

Op zaterdagochtend lees ik graag de krant, inclusief weekendbijlage(s!). Maar intussen moeten we ook naar de winkel en misschien ook de bib en eigenlijk moeten we ook naar het containerpark en de vaatwasmachine moet nog worden leeggemaakt en … Herkenbaar? Dan ken je misschien ook dat gevoel dat je je schuldig voelt als je zit te ontspannen of je opjaagt in de winkel omdat je daarna niet meer kan ontspannen.

Soms helpt het om gewoon foert te zeggen! ‘Foert’ aan de moetjes en ‘ja graag’ aan de magjes. Eventjes ontspannen mag wel eens. Meer nog: het moet zelfs om geruster aan de moetjes te beginnen en de lat daar lager te leggen. Die afwas zal immers niet gaan lopen (jammer genoeg!). Maar doordat jij hebt ontspannen, is die afwasklus daarna misschien veel sneller geklaard én ben jij sneller tevreden.

Gewoon ‘doen’

Een aantal jaren geleden ben ik begonnen met lopen en gek genoeg heb ik daar al heel veel van geleerd. Zo lijkt het vaak bij de eerste meters van een looptocht dat het niet voor die dag zal zijn. Mijn hoofd denkt “Deze keer zal het niet lukken”, maar mijn benen lopen door. Mijn lijf lijkt het moeilijker te hebben om te stoppen met wat ik bezig ben, dan om verder te doen met wat ik al deed. Mijn voeten blijven dus koppig op en neer gaan en voordat ik het goed en wel besef, heb ik al een eerste kilometer gelopen en volgen al gauw de volgende. Mijn lichaam is vaak wijzer dan mijn verstand. Lopen is voor mij dus de ideale manier om met negatieve gedachten om te gaan. Ik merk ze op, begroet ze als een oude vriend, maar laat er me niet door van de wijs brengen. Ik zet door.

Betekent dat dat je ook moet beginnen lopen? Neen, dat niet. Maar ‘gewoon doen’ helpt wel. Niet nadenken, gewoon doen en zien waar je uitkomt. Vertrouwen op jezelf. Vaak levert dat de mooiste loop- en levenstochtjes op.

Spreken de tips je aan maar weet je niet hoe je ze zelf in praktijk kan omzetten? Kom gerust langs voor een verkennend gesprek en dan zoeken we samen hoe jij hierin verdere stappen kan zetten. Want die levenswijsheid zit in jou, je hoeft ze enkel maar aan te spreken.

Tot sprankel!

Nele